Exportgroei verstevigt
Het exportseizoen 2025/2026 laat een verdere versteviging van het herstel zien dat vorig jaar werd ingezet. Na twee seizoenen van duidelijke krimp, werd in 2024/2025 al een krachtig herstel gerealiseerd. Die lijn zet dit seizoen door. Tot en met week 16 ligt de export op bijna 1,2 miljard kilo, circa 8 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Daarmee bouwt de sector voort op het herstel van vorig seizoen, al verandert de samenstelling van de export duidelijk.
Afrika bevestigt rol als dragende markt
Net als in voorgaande jaren vormt West-Afrika het fundament onder de Nederlandse uienexport. Dit seizoen is die afhankelijkheid echter groter dan ooit. Ruim 60 procent van het totale exportvolume gaat naar deze regio. West-Afrika blijft de belangrijkste groeimotor binnen de Nederlandse uienexport, maar tegelijkertijd winnen ook Azië en de Amerika’s duidelijk aan belang als aanvullende groeiregio’s. Daarmee ontstaat een internationaler en breder gespreid afzetprofiel. Met name Senegal en Ivoorkust domineren het beeld, aangevuld met landen als Guinee, Mali en Mauritanië. De concentratie binnen de export is opvallend hoog.
De twee grootste bestemmingen zijn goed voor een substantieel deel van het totale volume, terwijl de top vijf landen samen het merendeel van de export absorberen. Dit onderstreept dat de groei van dit seizoen in belangrijke mate wordt gedragen door een beperkt aantal markten. Tegelijkertijd maakt deze structuur de sector kwetsbaar. Zodra vraag in één van deze kernmarkten terugvalt of vertraagt, heeft dat direct impact op het totale exportvolume.
Europa verliest terrein, maar laat verdeeld beeld zien
Europa speelt dit seizoen een duidelijk kleinere rol dan vorig jaar. Het totale exportvolume naar Europese bestemmingen ligt circa 12 procent lager. Toch is het beeld binnen Europa allesbehalve uniform. Aan de ene kant zijn er duidelijke groeimarkten. Groot-Brittannië laat een sterke stijging zien van bijna 40 procent en bevestigt zijn positie als belangrijkste Europese afnemer. Ook Spanje, Ierland en Noorwegen laten groei zien. In het geval van Spanje hangt dit samen met een lagere binnenlandse oogst, waardoor de importvraag toeneemt.
Aan de andere kant zijn er forse dalers. België (-55 procent), Frankrijk (-35 procent) en Polen (-96 procent) vallen sterk terug. In Oost-Europa speelt vooral een zwakke vraag een rol, terwijl in België en Frankrijk ook handelsstromen en timing van invloed zijn. Het resultaat is een gepolariseerd beeld: Europa is niet zozeer een krimpende markt, maar een regio waarin de vraag zich steeds meer concentreert in een beperkt aantal landen.
Oogsten bepalen richting van de handel
De verschillen tussen Europese bestemmingen zijn voor een groot deel terug te voeren op de oogstsituatie in 2025. Nederland kende een uitzonderlijk goed jaar, met een recordopbrengst van circa 1,7 miljoen ton (+17 procent). Dit zorgt voor aanzienlijke exportdruk. In andere Europese landen is het beeld gemengder. Duitsland realiseerde eveneens een sterke oogst (+21 procent), wat de afhankelijkheid van import steeds verder beperkt. Deze bestemming was enkele decennia geleden nog een van de belangrijkste exportmarkten voor Hollandse uien, maar gaat steeds meer richting zelfvoorzienendheid. Duitse boeren worden zelfs steeds belangrijkere leveranciers voor de Nederlandse uienhandelaren. Spanje daarentegen zag de productie met circa 10 procent dalen. Dit vertaalt zich direct in een hogere importvraag, wat ook zichtbaar is in de exportcijfers. Bovendien is Spanje normaal ook een forse concurrent op Groot-Brittannië, waar de Hollandse uien nu deze vraag invullen en zo marktaandeel veroveren. Frankrijk kampte met kwaliteitsproblemen in de bewaring, maar dit heeft zich tot nu toe nog niet vertaald in een duidelijke stijging van de import. Het algemene beeld is dat er geen sprake is van een breed Europees tekort. De markt wordt dit seizoen eerder gedreven door het grote Nederlandse aanbod dan door structurele tekorten elders in Europa.
Seizoensverloop volgens bekend patroon
Het verloop van het seizoen volgt grotendeels het bekende patroon. In de eerste fase domineren heel even de Europese bestemmingen, waarna West-Afrika al gauw het stokje overneemt en de exportvolumes sterk toenemen. Rond week 10 begint een overgangsfase, waarin de Afrikaanse vraag afvlakt vanwege het beschikbaar komen van de eigen oogst korte-dag-uien en andere markten zich aandienen. Die overgang is momenteel zichtbaar. De overgang richting andere markten verloopt echter minder sterk dan in sommige eerdere seizoenen. Vooral het Midden-Oosten blijft achter, doordat de export naar Israël fors lager ligt dan vorig jaar. Ondanks snelle interventies vanuit handel en overheid om de markt open te houden, vertaalt dit zich vooralsnog niet in hogere volumes. Tegelijkertijd beginnen Europese markten zich weer voorzichtig te melden.
Azië en Amerika groeien als aanvullende afzetmarkten
De opvallendste ontwikkeling buiten Afrika is de sterke groei richting Azië en de Amerika’s. Hoewel deze regio’s in absolute omvang kleiner blijven, nemen zij gezamenlijk een substantieel deel van de totale exportgroei voor hun rekening. Azië laat een duidelijke groei zien, met landen als Maleisië, de Filipijnen en Japan die meer volume opnemen. Hoewel het aandeel nog relatief beperkt is, wijst de sterke groei op structurele kansen. Ook in Midden- en Zuid-Amerika neemt de afzet toe. Landen als de Dominicaanse Republiek, Nicaragua en Honduras fungeren steeds vaker als aanvullende markten, met name in perioden waarin Afrika minder dominant is. Er werden dit seizoen zelfs Hollandse uien naar Cuba uitgevoerd. Deze ontwikkeling draagt bij aan een bredere spreiding van risico’s.
De groei richting markten als Marokko en Brazilië hangt samen met klimaat- en oogstproblemen in die landen. Marokko kampte de afgelopen seizoenen met aanhoudende droogte en tegenvallende oogsten, waardoor de importvraag tijdelijk sterk toenam. Brazilië is normaal gesproken grotendeels zelfvoorzienend in uien, maar doet bij regionale tekorten, logistieke verstoringen of tegenvallende oogsten traditioneel regelmatig een beroep op Nederlandse uien. Nederland vervult wereldwijd een belangrijke rol als betrouwbare en flexibele exporteur die snel volumes kan leveren wanneer ergens tekorten ontstaan.
Verstoringen scheepvaart
De verstoringen in de scheepvaart rond de Rode Zee zorgen al sinds eind 2023 voor een structureel veranderde logistieke situatie. Grote containerrederijen mijden de route via het Suezkanaal en varen om via de Kaap de Goede Hoop, wat leidt tot langere vaartijden, hogere kosten en een minder efficiënt gebruik van capaciteit. In tegenstelling tot het beeld van een overschot aan lege containers, wijst de praktijk eerder op schaarste en onzekerheid binnen de logistieke keten. Dat de Nederlandse uienexport desondanks groeit en ook verre markten als de Filippijnen en Japan blijft bedienen, onderstreept de sterke vraag en flexibiliteit van de sector.
Wereldwijde spreiding tot in de kleinste markten
De Nederlandse uienexport kent een uitzonderlijk brede geografische spreiding. Jaarlijks worden circa 120 tot 130 landen beleverd, wat neerkomt op ongeveer twee derde van alle landen wereldwijd. Tot en met week 16 werden in totaal 129 landen beleverd. Daarmee beschikt Nederland over een van de meest fijnmazige exportnetwerken binnen de internationale uienhandel. Opvallend is dat Nederlandse uien niet alleen hun weg vinden naar de grote afzetmarkten, maar ook naar een reeks meer bijzondere bestemmingen. Zo worden onder meer de Seychellen, Antigua en Barbuda, Barbados en de Bahama’s beleverd, evenals kleinere markten als Belize, Brunei en Bahrein. Ook handelscentra zoals Hongkong maken deel uit van dit netwerk. Deze ‘exotische’ bestemmingen illustreren de uitzonderlijke flexibiliteit en het wereldwijde bereik van de Nederlandse uiensector.
Wanneer de analyse wordt uitgebreid van de top 20 naar alle bestemmingen, wordt het wereldwijde karakter van de Nederlandse uienexport duidelijker. Hoewel Afrika dominant blijft in volume, neemt het relatieve aandeel af naarmate meer kleinere markten worden meegenomen. de Amerika’s en Azië winnen dan aan belang.
Herstel met nieuwe dynamiek
De Nederlandse uienexport laat dit seizoen opnieuw overtuigend herstel zien, maar de onderliggende dynamiek verandert. Waar de groei in volume positief is, neemt tegelijkertijd de afhankelijkheid van West-Afrika verder toe. Tegelijkertijd verschuift de rol van Europa van bulkafnemer naar een meer selectieve markt. De sector komt daarmee in een nieuwe fase terecht, waarin flexibiliteit, risicospreiding, logistieke slagkracht en marktkennis steeds belangrijker worden. De groei van dit seizoen biedt vertrouwen, maar laat tegelijk zien dat de internationale afzetstructuur sneller verandert dan voorheen.